Vrijdagmiddag cq. avond 6 november 1992 was op de Groninger Studenten Roeivereniging ‘Aegir’ een lustrumborrel ter ere van het 23e lustrum.
Omstreeks half negen ging de bestuurstelefoon, aan de lijn oud-materiaalcommissaris Joris Hutter. Hij vertelde dat twee leden van de, een jaar eerder opgerichtte, Utrechtse bobsleevereniging ‘De Vliegende Hollander’ zondag zouden vertrekken naar Innsbruck. Er waren echter nog twee plaatsen beschikbaar op de ‘bobschool’ aldaar, omdat twee leden van de Leidse Studenten Bobslee Club op het laatste moment hadden afgezegd. Aangezien het hier ging om een week durende piloten-opleiding die, afgezien van het vervoer, geheel werd bekostigd door de internationale bobslee federatie (FIBT) was toch enig overleg nodig. Reeds enkele minuten later hingen Frans Bakker en Arend Glas aan de telefoon voor meer informatie.
Al snel bleek Frans echter niet te voldoen aan de gestelde leeftijdsgrens en werd Gertjan Kempers bereid gevonden zijn plaats in te nemen. Na op het laatste moment nog de nodige voorbereidingen te hebben getroffen, hetgeen later zo’n beetje tot traditie is verheven, werd de reis naar het Oostenrijkse Igls op zondag aanvaard. 's Avond laat vervoegden de vier bobbers in spé zich bij hun aankomende collega’s in hotel Gruberhof in Igls. Maandagmorgen om zes uur was er ontbijt geserveerd voor de vijftig aanwezige atleten uit twaalf landen. Hierna ging het naar de bobbaan alwaar de trainingssleeën werden toegewezen aan de verschillende teams. Vervolgens werd door de coaches verteld hoe de ijzers, kufen voor insiders, gemonteerd moesten worden. Na de materiaal-sessie werd onder begeleiding van de coaches de baan gelopen.
Vlak voor de eerste afdaling was de spanning tot duizelingwekkende hoogte gestegen. Na een bijna onbeschrijfelijk spectaculaire afdaling wisten beide teams veilig de finish te bereiken. De teerling was geworpen, vele afdalingen zouden volgen.
