Navigatie overslaan

Arend Glas

Positie Piloot , Coach
Leeftijd 41
Lengte 1,90
Gewicht 110 kg
E-mail adres stuur een mail
 

Extra informatie Arend Glas

Arend Glas en zijn passie voor het bobsleeën

Arend Glas werd in 1992, toen hij zijn eerste afdaling maakte in Igls, gegrepen door het bobsleevirus. Nu dertien jaar later heeft deze sport hem nog steeds in zijn ban. Wat is het wat hem drijft? Na zijn afgeronde universitaire studie Management en Organisatie had hij een baan kunnen zoeken in het bedrijfsleven en carrière kunnen maken. In plaats daarvan koos hij ervoor zich te onderscheiden in een sport waar je alleen door heel hard sappelen je hoofd boven water kunt houden.

Op de vraag wat hem drijft, antwoordt Arend: “De bobsleesport zelf is uniek. Het is elke keer weer kicken als je een berghelling afknalt. De adrenaline dwarrelt voor je ogen en toch stort je je elke keer weer naar beneden.” Ook het sociale element van de sport spreekt hem sterk aan: “Ik houd van het leven in dit circuit. De wijze waarop de sporters onderling met elkaar omgaan; het is een grote vriendenploeg. Iedereen wil de ander helpen.” Een leven zonder bobsleeën kan Arend zich dan ook niet voorstellen al was het alleen maar omdat hij nu al een groot aantal jaren gewend is om vanaf oktober tot en met februari in gebieden te vertoeven waar steeds sprake is van echte winterse omstandigheden. “En,” voegt hij eraan toe, “in de regel worden bobsleewedstrijden ook gehouden op plaatsen waar het zeer plezierig is om er te zijn.”

Voordat Arend het bobsleeën ontdekte, had hij al een aantal sporten op niveau beoefend. In al die sporten (o.a. roeien) was het echter ‘net niet’. Bij bobsleeën is het echter ‘royaal wel’: “Na de eerste twee jaar, ging het steeds beter en bleek dat ik zeer goed kan sturen,” vertelt Arend, “en, hoewel ik relatief pas laat ben begonnen met deze sport en ik geen atletiekachtergrond heb, bleek ik ook redelijk explosief te zijn.” Het succes van een bobsleerun wordt namelijk vooral bepaald door de factoren start en stuurmanskunst.

Arend is fulltime, het hele jaar rond, bezig met bobsleeën. Als verantwoordelijke voor een eigen team komt er heel veel regel- en organiseerwerk op hem af. “Dat vind ik ook leuk,” aldus Arend, “want dat geeft me de gelegenheid gebruik te maken van wat ik geleerd heb tijdens mijn studie.” Arend denkt daarbij niet alleen aan zichzelf: “Door mijn bobstartactiviteiten heb ik ook geprobeerd het bobsleeën in Nederland op een hoger plan te brengen. Daarnaast ben ik ook voortdurend bezig nieuwe bobsleeërs te scouten en daarvan hebben ook andere teams geprofiteerd.” Arend betreurt het wel dat hij in zijn enthousiasme om de sport op een hoger plan te brengen niet altijd de steun krijgt van de Nederlandse Bob- en Sleebond die hij graag zou willen hebben.

Knallen op de Olympische Spelen

In 2006 zijn er weer Olympische Spelen, dat geeft Arend ook een extra drive: “Als jongetje was mijn grote droom ooit aan de Olympische Spelen deel te nemen. In 2002 heb ik die droom voor het eerst zien uitkomen. Bij die spelen draaide het vooral om meedoen. In 2006 wil ik niet alleen meedoen, maar ook laten zien dat ik absoluut in de top meekan.” Vooral als het gaat om de viermansbob heeft Arend hoge verwachtingen van de Olympische Spelen: "Als het tijdens de spelen meezit, dan moeten we bij de viermansbob bij de eerste zes kunnen eindigen en als echt perfect gaat, sluit ik zelfs een medaille niet uit." In de tweemansbob schat hij zijn kansen iets minder hoog in: “Met de tweemansbob ben ik al tevreden met een plaats in de top-10.”

Sowieso kijkt Arend met veel verwachting uit naar het seizoen 2005/2006 waarin naast de Olympische Spelen ook nog zeven Worldcupwedstrijden worden gesleed, waarvan de wedstrijd in St.-Moritz tegelijkertijd ook het Europees Kampioenschap is. “In 2004/2005 hebben we een nieuwe tweemansbob aangeschaft en in de zomer 2005 hebben we via de bond een nieuwe viermansbob gekregen”, vertelt Arend. De nieuwe viermansbob is 20 kilo lichter dan de vorige: “Daarvan hebben we veel voordeel,” legt Arend uit, “want we zitten nu minder gauw aan het maximale gewicht van 630 kg dat slee en bemanning samen mogen wegen. Bovendien scheelt het bij de start en de afdeling in tijd, al gaat het maar om honderdsten van seconden.”

Het materiaal voor het nieuwe seizoen is dus top. Ook qua bemanning zijn er veel mogelijkheden. Aan de vaste ploeg van vorig jaar, bestaande uit Sybren Jansma, Vincent Kortbeek en Ronald Huethorst, is nu Arno Klaassen toegevoegd. “Arno is in mei 2005 Nederlands studentenkampioen geworden op de 100 en 200 meter sprint,” vertelt Arend, “en hij brengt dus veel explosiviteit mee.” Daarnaast kan Arend Glas ook weer een beroep doen op Arnold van Calker, die in 2002 ook al op positie twee in de Olympische viermansbob van team Glas zat: “Arnold is zeer ervaren; hij begint nu aan zijn achtste seizoen als bobsleeër.” Aan het eind van het seizoen 2004/2005 deed Arend ook al eens een beroep op Edwin van Calker en Cesar Gonzales en ook zij komen in het nieuwe seizoen nog in aanmerking voor een plaats in de viermansslee. Voor de tweemansbob heeft Arend zijn keuze al gemaakt: “In principe is Sybren Jansma daarin mijn remmer.”

Het seizoen 2005/2006 begint in Canada en Amerika. Na wedstrijden in Calgary en Lake Placid komen de teams naar Europa. Het streven van team Glas is erop gericht om in de eerste twee wedstrijden twee doelstellingen te realiseren:"Als we terugkomen naar Europa willen we ons definitief gekwalificeerd hebben voor de spelen. Daarnaast willen we ook een plek hebben afgedwongen
in de eerste startgroep voor zowel de twee- als viermansbob," verwoordt Arend Glas zijn ambities.

Ook na de spelen: actief in de bobsleesport

Kijkend naar de toekomst geeft Arend aan – hoewel hij niets uitsluit – het niet waarschijnlijk te achten dat hij nog als actief atleet aanwezig zal zijn op de Olympische Winterspelen in Vancouver in 2010: “Ik merk nu toch dat de jaren beginnen te tellen. Ik heb mijn fysieke grenzen bereikt.” Dat wil niet zeggen dat hij stopt na de Winterspelen in Turijn: “In ieder geval wil ik ook in seizoen 2006-2007 actief blijven als atleet.” En een leven zonder bobsleeën kan hij zich ook niet voorstellen: “Ik blijf graag actief in de bobsport; als topsportcoördinator zou ik graag het bobsleeën in Nederland op een nog hoger niveau willen brengen. Na de spelen heb ik veertien jaar ervaring in deze sport. Die ervaring zou ik ook als coach in kunnen zetten. Daarbij sluit ik niet uit dat ik dat ook voor buitenlandse bobsleeërs ga doen.” Kortom, Arend Glas een gedreven sporter die ook na zijn carrière als topsporter zich blijvend in wil zetten voor zijn passie: bobsleeën!